Levi (uit Lissa) - BremerMisjpoge

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Levi (uit Lissa)

Onderzoeksvragen > Bijlagen

Levi uit Bremen
Volgens Max Markreich kwam Levi oorspronkelijk uit Lissa en via Amsterdam naar Bremen is gegaan. Hij kreeg een vaste aanstelling, een salaris van 30 daalders en burgerrecht, (pas) nadat hij zich had laten dopen. Wat dat zou kunnen onderbouwen, is dat hij zijn vriend en pupil, de Zwitserse theoloog Ulrich (die 1727-1729 door Holland en Noord-Duitsland trok en die in 1728 bij Levi studeerde) bij diens vertrek een rabbinaal getuigschrift in het Hebreeuws meegaf, ondertekend met Christian Gottlieb Fromman, rabbi neeman (= oprecht rabbijn).

Levi vertrok later, met een "Schutzbrief" van de Bremer Senaat, naar Lissa om de nalatenschap van zijn overleden moeder te regelen. Hij schijnt niet meer teruggekomen te zijn. Markreich heeft het dan overigens over de 'frischen Täufling" die naar Lissa terugkeert, alsof dat niet vele jaren na zijn doop was. Kortom: mogelijk ging Levi rond 1730 alweer derwaarts en liet zijn gezin achter.

Als Levi reeds rond 1730-1731 terugkeerde naar Lissa, waarom zou Mozes Levie dan naar Amsterdam zijn gegaan. Zou er nòg een familiale connectie zijn geweest. In de archieven van de Groninger kille wordt gesproken over het gelijktijdige verblijf daar van een Rabbi Levi uit Lissa en een Rabbi Joseph uit Lissa. Broers, of toeval? Lissa telde enkele duizenden Joodse zielen, waarvan echt niet velen gelijktijdig in Groningen belandden, zeker niet beide rabbijn, een beroep met destijds vaak bijna dynastieke traditie. En als Joseph een broer was, reisde hij dan ook door naar Amsterdam? En is dat dan mogelijk een reden voor Mozes Levie om naar Amsterdam te gaan.

In de boeken van de Joodse Gemeente Groningen staan -uit die periode- bijdragen genoteerd van een 'vreemdeling' ene Rabbi Levi Lissa (link 2 met Nederland; herkomst onbekend). Groningen/Winschoten was een bekende (soms langdurige) tussenstop op de route van Bremen naar Amsterdam voor 'vreemdelingen' uit Joodse gemeenten elders. Zie ook voetnoot 161 over ene (dezelfde?) Rabbi Levi; het jaar 1742.

Interessant gegeven is dat er, inderdaad, weinig Joden waren in de Bremer regio (zie ook de informatie over het Hertogdom Bremen) Hoewel deze lijst vermoedelijk niet compleet is, was er maar een kleine groep potentiële vaders van onze Mozes. En, hoewel niet generaties lang daar verblijvend, moet Mozes band met Bremen wel meer zijn geweest dan enkel 'op doorreis' (want dan had hij net zo goed Van Groningen of Van Winschoten kunnen zijn) zodat de gedachte dat de ouders van de nog maar 20 jaar oude Mozes daar leefden, een redelijk logische is. Waarmee Levi Lissa m.i. Toch een kansrijke kandidaat is, want 1) leviet, zoals onze familie blijkens ook de grafstenen, 2) rabbijn, kloppend met het verhaal dat de geletterde Mozes uit een rabbinale familie zou stammen, 3) Levi kwam via Amsterdam uit Lissa, waardoor Amsterdam geen onlogische plaats is om naartoe te gaan.

In de Joodse geschiedenis in Engeland is ook het een en ander te vinden over een Rabbi die uit Lissa kwam en in Amsterdam is geweest ( http://www.jewishgen.org/jcr-uk/susser/roth/chone.htm )
In de the Hazan or Reader of the community in 1695/6 (the earliest of its officials whose name is on record) did not come from Germany, but from Poland. This was the scholarly Rabbi Judah Leib ben Moses of Lissa, formerly of Wesel. He died, apparently, some ten years later (the accounts for 1706-8 register a payment of £5 to the apothecary for the late R. Judah, the Hazan).4 He left a young son, Jacob, at that time only nine years old. The boy, who took the name of Jacob London, became quite a noteworthy figure in Hebrew letters. He lived for some time in Amsterdam, Hamburg and Frankfort, returned to Lissa, and later travelled through Italy

R. Jacob ben Judah of Amsterdam perhaps to be identified with Mr. Jacob Levy, often applied to a person whose father was called Loeb or Leib, i.e. R. Judah Leib ben Moses of Lublin or Lissa.

In de context van Markreichs teksten over Levi, is geen Engelse connectie te vinden.

HERZOGTUM BREMEN
Bis 1648 war dieses Gebiet ein selbständiges Fürstentum innerhalb des "Heiligen Römischen Reiches Deutscher Nation" unter der Regierung des Erzbischofs von Bremen. Bis 1648 spricht man auch von "Erzbistum Bremen" oder "Stift Bremen". Von 1648 bis 1712 war das "Herzogtum Bremen" Teil des Königreichs Schweden, von 1712 bis 1715 Teil des Königreichs Dänemark. Seit 1715 war das "Herzogtum Bremen" Teil des Kurfürstentums Hannover (später Königreich Hannover). 1731 wurde das kleine, sogenannte Land Hadeln, das vorher zum Fürstentum Sachsen-Lauenstein gehörte ebenfalls dem Kurfürstentum Hannover angeschlossen.

JÜDISCHE EINWOHNER auf dem Gebiet des "HERZOGTUMS BREMEN"
Die Zahl der jüdischen Einwohner innerhalb des "Herzogtums Bremen"m war bis zur Mitte des 18. Jahrhunderts sehr gering. Um 1731 und 1735 wurden von der Hannoverschen Provinzregierung in Stade erstmals detailliertere Übersichten der in dem "Herzogtum" lebenden jüdischen Einwohner erstellt. In den Aufsatz: "Juden im alten Regierungsbezirk
Stade" (vol. 67/1977, p. 31-64) hat der ehemalige Stader Staatsarchivdirektor Jürgen Bohmbach die wichtigsten Quellen aus dieser Zeit ausgewertet und gibt auf den Seiten 34-36 einen Überblick über die Juden, die sich mit einer Aufenthaltsgenehmigung in verschiedenen Orten des "Herzogtums Bremen" aufhielten.

Ich habe alle dort für die Zeit vor 1745 genannten Personen und ihre Wohnorte hier einmal herausgeschrieben (wenn zwei Orte genannt sind, dann hat die betreffende Person zunächst in dem ersten, später indem als zweites genannten Ort gelebt):
Levi Hertz (Ritterhude/Scharmbeck) 1735
Arend Magnus (Meyenburg/Lehe) 1735
Meier Levi (Ritterhude/Stotel) 1735
Gottschalk Hahn (Schwanewede/Uthlede) 1735
Levi Nathan (Horneburg/1740 Neuhaus an der Oste) 1735
Jacob Salomin (Schwanewede) 1735
Salomon Heidemann (Ritterhude) 1735
Israel Isaac (Ritterhude) 1737
Abraham Isaak (Eggestedt) 1739
Hirsch Wolff (Land Hadeln/Otterndorf) 1731
Alexander Jonas (Land Hadeln/Otterndorf) 1731
Simon David (Land Hadeln/Otterndorf) 1731
Levin Nissa (Land Hadeln/Otterndorf) 1731
Israel Hecht (Otterndorf) 1740
Isaac Lefmann with his son Meyer Isaac Lefmann and another son (Stade) 1743

Teksten uit Max Merkreich

Rabbi Levi Sander zou begin 18 e eeuw met zijn ouders uit Polen (Lissa) naar Amsterdam zijn gegaan en later naar Bremen zijn gekomen om Talmoed lessen te geven aan het Gymnasium Illustre in Bremen. Om hier te mogen werken, is hij Christen geworden en heeft toen de naam Wilhelm Godfried aangenomen. Hij heeft tot 1725 les gegeven aan het Gymnasium en is toen (met zijn gezin??) teruggekeerd naar Amsterdam. De reden zou zijn geweest dat zijn moeder (weduwe van Sander (geboren in Wilda (Polen))) zou zijn overleden. Wilhelm Godfried is niet meer naar Bremen teruggekeerd.
Wat ons boeit is dat er nu een spoor is ontstaan richting Amsterdam. Namelijk dat Wilhelm Godfried (voorheen luisterend naar de naam rabbi Levi Sander) uit Amsterdam kwam en er ook weer naar toe is gegaan in 1725. Konrad Elmshäuser heeft op ons verzoek onderstaande documenten van de senaat van Bremen, gericht aan het bestuur van Amsterdam gestuurd. Deze documenet waren bedoeld om Wilhelm danwel Levi te helpen bij het regelen van de erfenis. Deze informatie komt uit het archief in Bremen (StAB 2-T.5.a.1.g.3.d. (228)) en zouden mogelijk ook te vinden moeten zijn in Amsterdam.

  • Onze vraag daarom, is deze informatie terug te vinden in Amsterdam en voor ons nog belangrijker, is er bekend of Wilhelm met zijn gezin naar Amsterdam teruggekomen en zo ja, was daarbij een zoon met de naam Mozes (Levie)?



 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu