Familieverhalen - BremerMisjpoge

Ga naar de inhoud

Speech herdenking Loods 24 Rotterdam dd. 30 juli 2013

BremerMisjpoge



Ze waren die dag, vandaag precies 71 jaar geleden, vanaf deze plek zo graag die andere kant op gegaan. Met de stroom van de rivier mee richting zee, de avondzon boven de westelijke horizon waar de vrijheid en de redding gloorde. Maar daarvoor was het te laat. Ze gingen weg van het licht, eerst naar de kale vlakten van Westerbork en vervolgens steeds verder de duisternis van Europa in, om niet meer terug te keren.
Ook Henriette van Biene was zo graag die andere kant op gegaan. Het zou haar mooiste verjaardagscadeau zijn geweest. Drieëndertig werd ze die dag, deze echte Rotterdamse uit het Oude Noorden. Echtgenote van de koopman Israël Levi de Winter en lieve moeder van Grietje, die in mei vijf jaar was geworden.
Van die laatste dag in haar geliefde stad kunnen we ons nauwelijks een voorstelling maken. Ze moeten, in een weging van wat er nog aan kansen restte, eerder al besloten hebben gehoor te geven aan de oproep zich die dag om 6 uur ’s avonds hier, bij Loods 24, te melden voor transport naar kamp Westerbork, als eerste halte op weg naar het oosten. Wellicht hadden ze al een selectie gemaakt van de weinige spullen, die ze uit hun bovenwoning aan de Noordmolenstraat zouden kunnen meenemen. Die ochtend hebben ze misschien, bij het wakker worden, nog even stilgestaan bij de verjaardag van Henriette, maar de stemming zal bedrukt zijn geweest.
Met een koffer of een paar tassen is het jonge gezin in de loop van de middag van die 30 e juli 1942 op weg gegaan richting deze plek. Een afscheidswandeling door een verwoeste stad. Nog diezelfde avond zijn Henriette van Biene, Israël Levi de Winter en hun dochtertje Grietje samen met ruim 1000 andere Joden uit Rotterdam afgevoerd naar Westerbork.
In de registratiegegevens van het kamp Westerbork is over het gezin De Winter het volgende te vinden:

"Zij zijn op 3 augustus 1942 op transport gesteld naar Auschwitz. Met dit transport zijn 520 mannen en 493 vrouwen/kinderen naar Auschwitz gedeporteerd, 1013 in totaal. Van hen zijn 316 rechtstreeks naar de gaskamer gestuurd: onder hen Henriette en haar dochtertje. Israel werd geselecteerd en bezweek ergens in de weken daarna aan de ontberingen. Zijn overlijdensdatum kon niet exact worden vastgesteld, vandaar dat hij de algemene datum van 30 september 1942 heeft meegekregen; het moment waarop hij waarschijnlijk al niet meer in leven was."

Ook het jonge gezin van de magazijnbediende Louis Bremer nam op deze plek definitief afscheid van hun geboortestad. Verdreven uit hun woning aan de Nieuwe Binnenweg, werd hij samen met zijn vrouw Esther en hun tweejarige zoontje Joseph via Loods 24 in oktober 1942 afgevoerd naar Westerbork. Daar
heeft zich voor heel even nog familiegeluk geopenbaard, toen in het kamp hun tweede zoon Benedictus werd geboren. Dat geluk was van korte duur. Ruim een maand na de geboorte van de kleine werd de hele familie naar Auschwitz gedeporteerd. Esther en haar beide zoontjes zijn na aankomst meteen vergast. Vader Louis kwam in 1945 in het concentratiekamp Dachau aan zijn einde. Wie nu het door de Rotterdammer Isaac Lipschits geïnitieerde Digitaal Monument voor de Joodse gemeenschap in Nederland raadpleegt, leest over Benedictus Bremer: ‘bereikte de leeftijd van 0 jaar’.


De families De Winter en Bremer maakten deel uit van de Joodse gemeenschap in Rotterdam, die bij het uitbreken van de oorlog uit meer dan 10.000 personen bestond. De meesten van hen zijn in concentratie- en vernietigingskampen vermoord. We herdenken hen vandaag op deze lege plek, waar eens Loods 24 stond en waar zij nog een laatste blik hebben kunnen werpen op de stad waar ze zo van hielden, alvorens te verdwijnen in de duisternis. De leegte van deze plek, verscholen achter een stuk muur, herinnert ons aan andere leegtes, zoals die in de Noordmolenstraat, de Nieuwe Binnenweg en in talloze andere straten, waar Joodse Rotterdammers uit weggevoerd zijn en niet meer naar terugkeerden. De leegte van deze plek doet ook denken aan de leegte van het Achterhuis, waar Anne Frank en haar familie, samen met vier anderen, waren ondergedoken. Voor haar vader, die als enige van de onderduikers de oorlog overleefde, was die leegte essentieel. Niet alleen als reflectie van zijn grote persoonlijke verlies, maar ook om de bezoeker aan het Anne Frank Huis in aanraking te brengen met wat voorgoed verdwenen was.

Onder de alledaagse werkelijkheid in de straten van Rotterdam, Amsterdam en al die andere steden en dorpen in Nederland ligt deze intense leegte. Grietje de Winter had nu een lieve Rotterdamse oma kunnen zijn, de broertjes Bremer hadden na een leven van hard werken, zoals ze dat hier in Rotterdam van oudsher gewend zijn, nu kunnen genieten van een welverdiend pensioen. Maar Grietje de Winter en Joseph en Benedictus Bremer zijn afwezig, net als die duizenden anderen die van hier zijn weggevoerd.
Wie tot de kern van deze stad wil doordringen, wie wil begrijpen waarom deze stad is wat zij is, moet deze leegte tot zich nemen. Ze vormt een onzichtbaar litteken in een stad, die ook zo zichtbaar door de oorlog is getekend. Ze herinnert aan de vernietiging die op de verwoesting volgde. Ze doet ons beseffen, dat in deze stad vol vitaliteit en ondernemingszin nog niet zo lang geleden de ontreddering heerste. Ossip Zadkine, die met zijn beeld aan die ontreddering vorm gaf, zei het zo:

"De menselijke pijn bewaren, die veroorzaakt werd aan een stad, die alleen maar het verlangen had te leven en zich uit te breiden als een woud, bij de goddelijke genade. Een angstkreet voor de onmenselijke wreedheid (...) En ook een les voor de toekomst, voor de dageraden van diegenen die jonger zijn dan wij."

De pijn bewaren en een les voor de toekomst, dat is het wezen van herdenken. Vandaag nemen we op deze plek de leegte tot ons die Rotterdam voor altijd heeft veranderd. Een gehavende havenstad, waar mensen in de schaduw van de geschiedenis iedere dag opnieuw betekenis aan hun leven geven. De herinnering aan Israël, Henriette en Grietje de Winter uit de Noordmolenstraat, aan Louis, Esther, Joseph en Benedictus Bremer uit de Nieuwe Binnenweg en aan die duizenden anderen, die via deze plek uit hun stad en vervolgens uit hun leven zijn verdreven, is daarvoor onontbeerlijk. De pijn van hun afwezigheid blijft bewaard.



Zijn er ook lessen voor de toekomst? Vanzelfsprekend, vele zelfs. Vandaag noem ik er één. Met regelmaat klinken in het mooiste voetbalstadion van Nederland, hier niet zo ver vandaan, anti-Joodse spreekkoren die kennelijk bedoeld zijn voor de concurrent uit Amsterdam. Maar wie de leegte in deze stad kent weet, dat die spreekkoren in feite over het lot van echte Rotterdammers gaan. En wie die leegte nog niet kent, hoeft alleen maar het Digitaal Joods Monument te raadplegen: ‘Benedictus Bremer, bereikte de leeftijd van 0 jaar’.






Terug naar de inhoud