Familieverhalen - BremerMisjpoge

Ga naar de inhoud

Oom Eddy en tante Bep - een persoonlijke herinnering van Eva Valigora-Bremer.

BremerMisjpoge
Published by in Familieverhalen · 22 november 2014
Tags: Nederlands
Een interview met Eva Valigora door Sarah Bremer.

Eva is het oudste kind van oom Eddy en tante Bep.
Oom Eddy was de broer van mijn vader. Een echte Bremer: golvend donker haar, rond gezicht, lachende ogen, klein van lengte en bijna rond. Elke keer als ik hem zag moest ik direct aan mijn vader denken. ‘Zo zou mijn vader er nu hebben uitgezien.’
Het gezin van oom Eddy en tante Bep was in mijn ogen een ideaal gezin. Vader, moeder, 5 kinderen.
Het huwelijk heeft 65 jaar geduurd en na het overlijden van oom Eddy is tante Bep nog 5 jaar ontroostbaar geweest. Ze miste hem en wilde naar hem toe.
Hun kinderen allemaal getrouwd, de zonen zelfs meerdere keren, en allemaal zelf ook kinderen. Mooie mensen, de meiden prachtige lijven, allemaal een donkere bos haar en sprekende ogen. Geen extreme dikte. Joodse namen die terugkomen in 2e en 3e generatie. Allemaal davidssterren om.
Ze hielden van feesten. Elke gelegenheid werd aangepakt om te vieren: verjaardagen, trouwdagen. Samen met alle familie, ergens op een boot, in een hotel of gewoon in een eigen huis. Altijd met een optreden: de kinderen zongen een lied voor hun ouders. Over het eeuwige roken, over het kaarten, over hun liefde en hun gekibbel.
Liefdevolle humoristische tekst op een bekend liedje, zodat iedereen het refrein, met daarin de steek, kon meezingen. ‘O, kleine jodejongen.’
Een echt gezin, met een vader en een moeder die van elkaar hielden en 5 kinderen die gewoon konden opgroeien.

Eva is geboren op 29 augustus 1939 als oudste kind van Ed Bremer en Bep de Swaaf.
Zij woonden bij elkaar in de buurt. Ed was joods, Bep niet, maar Beppie wilde die leuke kleine jodejongen en niemand anders. Ze vielen als een blok voor elkaar.
Hoogzwanger en 18 was Bep toen ze trouwden, in het jaar voor de oorlog.
“Ik weet haast niets over vroeger hoor, ik heb niet zoveel herinneringen. Thuis werd er weinig gesproken over de oorlog of over hoe ze elkaar ontmoet hebben.”
Ze begint te vertellen, flarden, losse gebeurtenissen.
Ze heeft een aantal beelden, maar weet nu niet of ze zich die beelden zelf herinnert of dat het komt omdat het voorval zo vaak verteld is.

Tijdens de oorlog woonden ze in de Banierstraat in Rotterdam. Van haar opa en oma van vaders kant weet ze niets. Ze heeft ze niet bewust gekend.
Op de Banierstraat was het sappelen, ze hadden niets. Kolen gingen ze pikken achter het Franciscus ziekenhuis: een vergiet mee om eierkolen eruit te halen. Op etenstocht naar de Bergschehoek: vader, moeder en oma, de moeder van haar moeder. Eva zat op een karretje dat ze voorttrokken. Op een gegeven moment is ze eraf gevallen, maar ze huilde niet. Pas toen ze achterom keken zagen ze haar zitten, midden op de weg.
Haar vader moest een ster dragen, maar door zijn gemengde huwelijk hoefde hij niet op transport. Zij vertelt dat ze op oudejaarsavond naar tante Alie gingen, een zus van haar moeder. Ze liepen langs een school waar de ‘moffen’ Oud en Nieuw vierden en die kwamen net naar buiten. Haar vader heeft haar toen tegen zijn borst aangeklemd, tegen zijn ster zodat ze die niet zouden zien en is stug doorgelopen.
Dit is zo’n verhaal dat ze na de oorlog heel vaak heeft gehoord. Het beeld wat ze ervan heeft, weet ze niet of dat komt van het vele vertellen of dat ze het zich werkelijk herinnert.

In 1942 is er een brief gekomen van de Joodse Raad, dat haar vader en zij weg moesten. Haar moeder was toen in verwachting van haar broer Albert. Haar moeder heeft toen de hele dag langs allerlei instanties gelopen om een bewijs te krijgen dat zij niet Joods was, een zg. ariërs-verklaring. Dat is gelukt. 's Avonds toen Ed, die niets wist van de oproep, thuiskwam van zijn werk, was het gevaar geweken. Door haar verklaring hoefden Ed en Eva niet op transport.
Uiteindelijk is Ed bij de grote razzia in 1944 in Rotterdam opgepakt. Hij is met een boot over het IJsselmeer naar Kampen gebracht. Op de boot heeft hij zijn ster afgedaan. Vanuit Kampen is hij te werk gesteld in een fabriek in Duitsland. Met 2 anderen is hij weggelopen daar en na een lange tocht teruggekomen in Rotterdam. Onderweg is hij onder andere geholpen door een katholieke pastoor. Eenmaal terug in Rotterdam is overdag bij Heineken gaan werken. Een keer per week 's nachts werkte hij bij Ome Dick Dubbelt. Zijn ster heeft hij nooit meer opgedaan.

De verhalen lopen door elkaar. Ze weet niet precies wanneer wat gebeurde. Het eraf halen van zijn ster is de heldendaad die hem redde, dat is haar wel duidelijk. En zijn weglopen uit Duitsland. Hij wilde bij zijn vrouw en kinderen zijn. Zijn vrouw vocht voor hem en voor haar gezin.

In de oorlog is Bep heel ziek geweest. Ze had bloedvergiftiging en heeft in het Franciscus ziekenhuis gelegen. Het was ‘kantje boord’ en ze heeft het overleefd.
Na deze ervaring in dit katholieke ziekenhuis wilde Bep katholiek worden.
Ed reageerde wat nuchter: “wacht maar eerst de oorlog af.”

Na de oorlog is het gezin katholiek geworden. In 1946 werden Eva en haar broer Albert gedoopt en ook Ed en Bep traden toe.
De kinderen gingen naar een katholieke school en elke zondag gingen ze naar de kerk.
Ze zijn als kinderen katholiek opgevoed en opgegroeid. Ook de andere kinderen: Eddie (geboren in 1946), Louis (1949) en Stella (1952).

Ik vraag haar of ze weet waarom haar vader katholiek is geworden. “Ja, waarvoor heeft hij het gedaan? Voor mijn moeder wellicht. Voor de pastoor die hem tijdens zijn vlucht uit Duitsland heeft opgevangen?
In ieder geval waren we echt katholiek: je bent het en je doet het.”

Haar ouders gingen met een regelmaat op retraite. Vader met allemaal mannen, 3 dagen bidden in Brabant. Moeder met de vrouwen, ook 3 dagen. Moeder was feller ermee dan pa. Pa deed het misschien meer voor moeder.

Haar vader heeft altijd keihard gewerkt. ’s Nachts bij Heineken, hij kwam dan om vier uur thuis, dronk een ‘bakkie’ en dan gelijk door 450 kranten bezorgen.
Eens per week hielp hij ook ome Dick in de haven een hele dag, daarna gelijk naar Heineken en de kranten erachter aan.
Moeder knoopte thuis de eindjes aan elkaar. Vlak na de oorlog, 5 jonge kinderen, ze waren arm. “Maar geen echte armoe,” zegt ze er gelijk achteraan, “altijd was er te eten, altijd iets voor je verjaardag, altijd werd kerst gevierd, altijd de eerste communie.”
Later kwam er thuiswerk bij: speldjes plakken. Ze hielpen allemaal mee.
Nog later, toen de kinderen allemaal wat ouder waren, is haar moeder gaan werken bij de Bijenkorf. Dat was haar baan. Ze had ze het heel erg naar haar zin en was ze trots op.
Op zijn 59e mocht haar vader weg bij de Heineken, hij kreeg wel tot zijn 65e zijn volle loon.
Hij heeft toen wel een zeemwijk aangehouden, waar hij goed aan verdiende.
“Altijd maar werken, altijd maar doorgaan!”

Thuis werd er niet veel gepraat over de oorlog en over de familie van haar vader.
Pas aan het eind van haar lagere school, begin Mulo tijd, herinnert ze zich de verhalen dat ‘vader niemand meer heeft’.
Soms was de situatie thuis best gespannen. De combinatie van een druk gezin met jonge kinderen, niet rijk en de ontdekking dat niemand meer terug zou komen.

Haar vader wilde zijn eigen groep bij elkaar houden, zijn eigen clubje was het belangrijkste, dat was zo zijn hele leven. Hij was zo bang dat hij zijn eigen club weer zou verliezen, daar was hij zo bezorgd over. En die bezorgdheid maakte dat hij overbezorgd was.
Altijd stond hij iedereen op te wachten. Zijn volwassen zoon Louis bijvoorbeeld, die bij de marine was. Na een avondje stappen kwam hij ’s ochtends vroeg thuis, stond Ed op het balkon naar hem uit te kijken.

Ik herinner me een verhaal dat verteld werd op zijn begrafenis. Als het regende kon Ed naar buiten kijken en dan zei hij “gelukkig het regent, dan moeten de kinderen binnen spelen.” Hij kon ze dan zien en dan was hij geruster.
“Dat heb ik ook!”roept Eva direct als ik het vertel, “nog steeds, ook met de kleinkinderen.”

Haar ouders hielden gewoon heel veel van elkaar, het was een goed huwelijk. Ze vierden ook altijd alles. Toen ze 12,5 jaar getrouwd waren hebben de kinderen gedichtjes voor hen gemaakt.
Altijd etentjes, altijd de hele familie bij elkaar, altijd een huis vol visite. Ook toen zij het huis uit was, ging ze altijd op bezoek. Sinterklaas samen vieren. Kaarten, spelletjes doen.
Samen voetbal kijken. Ze ging heel veel bij haar ouders langs, ook toen ze getrouwd was. Altijd koffie drinken, altijd even helpen.

Eva heeft dat zelf ook. Ze vertelt me hoe bijzonder het was met haar broers en zus bij elkaar te komen, rond het overlijden van haar moeder. Met elkaar hebben ze haar moeder tot het laatst bijgestaan. Emotioneel vertelt ze over die laatste dagen, haar twijfels of ze het goed gedaan heeft. Daarna alles regelen: de begrafenis, de kamer leeghalen. Zo bijzonder dat met elkaar te doen.
Ze kan zich niet voorstellen dat mensen geen contact willen met hun familie.
“Toen ik dit jaar 75 werd hebben we het ook gevierd met een etentje met zijn allen. Het was zo gezellig, zo fijn om weer bij elkaar te zijn.”

Na de lagere school heeft ze de Mulo gedaan. Daarna heeft ze 13 jaar bij de Nationale gewerkt, tot aan haar trouwen. In 1965 heeft ze haar man Andre ontmoet, op een bruiloft van een neef van moeders kant. In 1967 zijn ze getrouwd. Ze krijgen 2 dochters: Rachel (1968) en Michelle (1969). Als Michelle 4 is begint Eva weer te werken.
Ze zijn inmiddels 47 jaar getrouwd en oma en opa van 5 kleinkinderen.

“Wat is een Bremer?” vraag ik haar.
Bremers beschrijft ze als goede mensen met allerlei littekens. Die hun best doen, hebben gedaan, om die littekens te verbergen.
Ze ziet zichzelf als een 2e generatie Bremer, als een opgewonden standje.
Ze zegt heel boos te worden van mensen die niet eerlijk zijn. “Ze moeten me niet belazeren.”
Het meest waardevol voor haar zijn haar familie, haar kinderen en kleinkinderen.
In haar moederrol is ze, denkt ze zelf, beklemmend geweest, ze gaf geen ruimte.
Precies mijn vader…” verzucht ze.

Als ik wegga geeft ze me 2 bossen bloemen mee. “Hier, voor thuis.” Wat beduusd pak ik ze aan. Wie moet wie bedanken?






Terug naar de inhoud