Familieverhalen - BremerMisjpoge

Ga naar de inhoud

4 mei 2015 op Ameland

BremerMisjpoge
Published by in persoonlijkeverhalen · 6 mei 2015
Tags: Nederlands
Tijdens de jaarlijkse 4 mei herdenking heeft Selma Dubbeld een bijdrage geleverd aan de herdenkingsplechtigheid op Ameland. Na het uitspreken van haar verhaal heeft zij samen met 4 andere joodse eilandbewoners steentjes gelegd bij het monument in Hollum en ook Kaddisj gezegd.


Het verhaal van Selma:
-------------
4 mei 2015
 
Ik ben Selma Dubbeld.
Mijn voornaam, Selma, een joodse naam. Ik ben vernoemd naar de jongste zuster van mijn moeder
die in 1943 bij de vlucht van honderden joden uit het vernietigingskamp Sobibor in de rug werd doodgeschoten. Mijn moeder vertelde.…
’op de dag van de dood van tante Selma barstte het glas van haar zusters fotolijst die in de woonkamer aan de muur hing’.
 
Mijn achternaam is Dubbeld, een veel voorkomende naam op de Zuid-Hollandse eilanden, een protestantse omgeving. Het huwelijk van mijn moeder met een, zoals dat genoemd werd, ’christenman’ beschermde haar. Zij en haar kinderen werden niet weggevoerd. Zij overleefde met haar gezin de oorlog.…
en dat betekende dat ik na de oorlog geboren mocht worden.
 
Ik ben dus van de zogenoemde 2e generatie joden die na 1945 geboren zijn. 
Jij kan het niet weten.…
Jij hebt ze niet gekend.…
jij hebt geen herinnering….
jij kan het niet begrijpen….
jij kan geen verlies voelen.…
jij kan niet rouwen.…
jij bent immers van nà de oorlog…. 
 
Over de oorlog werd bij ons thuis nooit gesproken….
niet omdat dat verboden werd, maar omdat er een soort code was waardoor je wist dat je het daar niet over moest hebben.…
te veel verdriet, te veel angst, te veel ondraaglijke niet te verwerken pijn…. 
Ik las ooit een uitspraak : ’het schreeuwend zwijgen'….
Er werd nooit gesproken over de familie die aan hun levenseinde kwam door marteling, uitputting, moord, vergassing….
we leerden te zeggen….
ze zijn in de oorlog omgekomen.… 
ze zijn na de oorlog niet teruggekomen.…
 
We hoorden alleen flarden.…
mamma herinnerde ons op de geboortedag van oma Eva aan haar  verjaardag.… 
mamma vertelde over pappa’s portefeuille waarin de briefkaarten bewaard werden, aan haar geschreven door familieleden die in Westerbork verbleven….
Later vertelde ze over de hechte band die ze had met haar ouders, broers en zusters, neefjes en nichtjes.…
ze woonden in hetzelfde huis, in dezelfde straat of maximaal één straat verderop in Rotterdam…
ze glom bij de verhalen over de gezelligheid…. 
op elke Sjabbesavond waren ze natùùrlijk bij elkaar om te nasjen….
 
En….
onze eigen angsten, onze eigen verdrietjes….
die hield je van binnen….
ze vielen altijd in het niet bij het immens grote verdriet van onze moeder….
De t.v. producent Harry de Winter noemde het ’een leven als een wandeling over een evenwichtsbalk.…’
 
Maar hoe kwam het dan dat ik droomde van de Kristallnacht.…
hoe komt het dat ik elke 1e maandag van de maand angstig ben als ik de alarm oefening hoor….
hoe komt het dat ik angstig ben als ik op straat zwaar klakkende laarshakken hoor.…
hoe komt het dat ik het geluid niet kan verdragen van een eindeloos lange goederentrein….
hoe komt het dat ik nog altijd angst heb voor schreeuwende mensen….
 
Maar ook….
waarom wil ik door alle jaren heen, in de maand april van elk jaar, op weg naar de 4e mei,  alle oorlogsdocumentaires zièn….
gisteravond las Jo Schelvis (hij is de enige nog in leven zijnde overlevende van het kamp Sobibor) voor de laatste keer zijn getuigenis voor : ’een trein reed naar Sobibor’….
nu hij zo oud is,wil hij het stokje doorgeven…we moeten blijven vertellen.…
Waarom verzamelde ik een aparte boekenkast vol joodse literatuur….
over de oorlog.…
over Israël....
over het jodendom….
godsdienst, traditie, cultuur….
Waarom ging ik naar Westerbork….
Bij het eerste bezoek raakte ik zo in een schok, toen ik een entreekaartje moest betalen voor het museum, dat ik niet verder kwam dan een ontmoeting met de man die mij meenam naar de registerboeken waarin mijn familieleden vermeld staan….
Bij het tweede bezoek ben ik het veld ingegaan en heb gerouwd bij het monument, de afgebroken spoorrail die naar de hemel wijst….
  
Ik wil met jullie een gedicht delen van de joodse dichteres Hanny Michaëlis (uit de verzamelde gedichten bundel 2011). Het valt onder oorlogsleed dat wel moet worden doorgegeven.
 
Onverwoestbaar. Een woord als een wimpel wapperend onder onweerswolken. Eens werd het gezegd over mijn moeder. Vele jaren jonger dan ik nu, schreef ze me uit een kamp op de landelijke heide bij het plaatsje Westerbork in een naar buiten gesmokkelde brief:

’Het is hier best uit te houden’.
Mijn wereldvreemde, beminnelijke
van zijn piano weggesleurde vader
voegde er aan toe : ’Maak je geen zorgen.
We zien elkaar gauw weer’.
Toen ik die regels tien dagen later las
had men hen met honderden lotgenoten
in overvolle, geblindeerde veewagens
dwars door Duitsland vervoerd naar Sobibor
waar ze bij aankomst werden vergast.
Dit gebeurde in maart 1943.
Geen stof voor poëzie.
 
Ik groeide dus op in een zogenoemd gemengd gezin, een van oorsprong protestantse vader….
we gingen naar protestantse scholen….
soms (met kerstmis) nam pappa ons mee naar de kerk, een joodse moeder.…
niet joods godsdienstig, maar wel de (Jiddische) taal, het eten, de manier van doen waren joods.…
en ‘dus’ gevaarlijk….
die boodschap was duidelijk : pas je aan….
je bent Nederlands….
doe maar gewoon.…
ze hoeven niet te weten dat je joods bent.…
we droegen vaak de davidsster onder ons truitje….
angst….
Wie ben ik.…
wat ben ik….
waar hoor ik bij?.…
De eerste decennia van mijn leven heb ik niet joods durven zijn, maar ik ben me altijd volledig bewust geweest van mijn joodse roots, al heeft het lang geduurd voor ik er zelf een vorm aan kon geven. Dat was gevaarlijk. Je kon gekwetst worden. Maar het was de enige manier om –door alle angsten heen- een aanzet te geven om heel te worden.
 
Nu woon ik sinds 8 maanden op mijn geliefde eiland Ameland. In alle vrijheid….
Ik heb door alle jaren heen de dodenherdenking in afzondering doorgebracht….
vroeger met mijn moedertje….
vele jaren later met mijn dochter die op de bank tegen mij aankroop als we 2 minuten stil waren….
weer later, toen mijn dochter definitief in Israël ging wonen, belde ze om 10 minuten voor 8 op om samen stil te zijn….
Naomi vroeg dan na afloop waar mijn gedachten heen gingen….
ik zei haar dat ik alle namen van mijn grootouders, tantes, ooms, nichtjes, neefjes van binnen opnoemde....
 
Ds. Janos Schellevis vroeg mij hier te spreken….
het werd een zeer persoonlijk portret….
ik kan niet anders….
Straks mag ik bij de gedenkplaats steentjes neerleggen, een joodse traditie, bedoeld voor de doden….
dan weten de zielen dat je bent langs geweest.…
Ik vraag mijn dierbare joodse mede eilandbewoners Gershon en Tzeitl en Henny en Vera om straks samen met mij de steentjes neer te leggen.
Mijn familieleden hebben geen graf….
ik heb steentjes gelegd in Westerbork….
ik heb steentjes gelegd bij het Holocaustmuseum in Jerusalem….
nu mag ik op Ameland steentjes leggen.
 
Ik voel me hier op het eiland vrij en veilig.  Voor het eerst in mijn leven kan ik hier in vrijheid mijn familie  hardop te gedenken…. 
hun namen hardop noemen met de leeftijd waarop- en de plaats waar zij het leven lieten….
 
Van de 39 omgekomen familieleden noem ik de allernaasten die ik hiermee wil eren.
 
opa Joseph Bremer, 57 jaar, Sobibor
oma Eva Bremer-Koekoek, 54 jaar, Sobibor
oom Mozes Bremer, 32 jaar, Auschwitz
tante Lena Bremer-Klisser, 30 jaar, Auschwitz
oom Simon Philipse, 36 jaar, Sobibor
tante Vrouke Philipse-Bremer, 34 jaar, Sobibor
oom Louis Bremer, 25 jaar, Dachau
tante Esther Bremer-Sanders, 21 jaar, Auschwitz
tante Selma Bremer, 24 jaar, Sobibor
nichtje Eva Bremer, 10 jaar, Auschwitz
neefje Joseph Bremer, 3 jaar, Auschwitz
neefje Joseph Bremer, 3 jaar, Auschwitz
neefje Benedictus Bremer, 1 ½ maand, Auschwitz            
 
Omein….
’Moge hun ziel gebundeld worden in de bundel van het Eeuwige Licht’.
  
van Selma



Terug naar de inhoud